Kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs leren programmeren: het heeft allerlei voordelen. Wat is er zo nuttig aan?

Wat moeten kinderen leren op de basisschool? Er wordt gepleit voor een (grotere) plek voor vakken als bijvoorbeeld (wereld)burgerschap, kunstonderwijs, sociale vaardigheden, financiële opvoeding of mindfulness. Ook een van de ideeën is om elk kind te leren programmeren. Liefst al op jonge leeftijd. Dat wordt al jaren gepromoot, bijvoorbeeld via de Europese CodeWeek, het Hour of Code en (binnen een breder kader) de UN World Youth Skills Day.

Speciale programmeertalen

In een aantal landen (Groot-Brittannië, Estland) is programmeren inmiddels een vaardigheid die kinderen leren vanaf de basisschool. Deze kinderen worden natuurlijk niet opgeleid tot Java-experts of Python-masters, maar leren de eerste beginselen van het programmeren. Soms is dat expliciet ingebed in het grotere computational thinking. Dat is een manier om complexe problemen in stukken te breken en op te lossen met een nauwkeurig geformuleerde oplossing. Met programmeren krijgt computational thinking handen en voeten. 

Om kinderen (of andere beginners) de eerste beginselen van het programmeren aan te leren, zijn er speciale talen ontwikkeld. Populaire programmeertalen voor kinderen zijn bijvoorbeeld Scratch (en ScratchJr, speciaal voor kinderen van 5 tot 8 jaar), BlocklyRoboMind, en het wat meer geavanceerde Snap. Ze werken met een grafische gebruikersomgeving waarin je bijvoorbeeld blokken, stukjes code, kunt combineren. 

Zo kunnen jonge kinderen dingen programmeren zoals interactieve animaties door bewegingen, gebeurtenissen en eigenschappen van een karakter te ‘stapelen’. Oudere kinderen of iets meer gevorderde programmeurs kunnen bijvoorbeeld games of apps bouwen.

Creatief en logisch nadenken

Maar waarom zou je kinderen willen leren programmeren, en niet om eens wat te zeggen, leren lassen of haar leren knippen? Dat zijn toch ook reuze handige en nuttige vaardigheden? Er zijn een aantal redenen voor. Een belangrijke is het argument dat Mitch Resnick (een van de ontwerpers van Scratch) aanhaalt in zijn TED Talk: als je kunt programmeren, opent dat de deur naar het leren van weer andere dingen. Het is eigenlijk zoals leren lezen, als je dat onder de knie hebt gaat er ook een wereld voor je open. ‘Het biedt zoveel manieren om jezelf uit te drukken’, zegt Resnick, ‘om je ideeën vorm te geven en te delen met de wereld’.

Leren programmeren leert je daarnaast op een bepaalde manier denken, het eerdergenoemde computational thinking. Wil je iets programmeren, dan ben je bezig een ingewikkelde puzzel op te lossen. En daar moet je zowel creatief als logisch voor nadenken. Over creativiteit gesproken: programmeren heeft ook een duidelijke scheppende kant. Wil je een game maken, een app, een animatie, een interactieve felicitatiekaart? Het begint allemaal met een idee, en dat idee kun je vormgeven met je programmeervaardigheden. En dat is een leerzaam proces. 

Baankansen

Het woord puzzel viel al. Wie weleens een puzzel maakt, kruiswoord, leg of anderszins, weet dat er een hoop gissen en missen bij komt kijken. In programmeren is het niet anders. Voor elk probleem zijn meerdere oplossingen denkbaar. Het is vaak een kwestie van proberen wat wel en niet en wat beter en minder goed werkt. Kinderen wennen aan experimenteren en ‘leren falen’: handige skills.

Zelf kunnen programmeren leert kinderen ook beter begrijpen hoe ict-middelen in elkaar zitten waar ze elke dag gebruik van maken. Zoals googlen, appen of gamen. Een voor de hand liggend argument voor het leren programmeren tot slot zijn de baankansen. De ict-sector heeft nog altijd moeite voldoende programmeurs te vinden. Jong geleerd, oud gedaan, is de gedachte. 

Experimenteren

Of programmeren een vast vak wordt op de basisschool komt de komende jaren vast te staan. Er zullen pilots gedaan worden op scholen. Sommige scholen zijn ondertussen zelf al begonnen om programmeren aan te bieden. Zit de school van uw kinderen daar niet bij, dan zijn er ook allerlei initiatieven zoals CodestarterCoderDojo, workshops en zomerscholen. Of ga zelf experimenteren, kind of niet: op de site mediawijsheid vindt u allerlei manieren om te starten.

Deel dit:

Reacties

  1. Je zou eens de beverwedstrijd kunnen proberen; minder druk, bedoeld voor iedereen, gewoon om te zien of logisch nadenken een richting is die je zou willen inslaan.

    De komende twee weken is de bever; dus bel even de school of ze al mee doen!

  2. Rob says:

    Ik ken een jongen van 17 die op de basisschool zo vol is gestouwd met projecten van pressiegroepen dat hij zich nog nauwelijks kan herinneren dat hij iets met zijn handen heeft gemaakt. Een beetje knutselen met papier, daar is het bij gebleven. Hij is bij mij komen klussen en nu heeft hij gekozen voor een MBO opleiding installatietechniek omdat hij ontdekt heeft (bij mij, en niet op school waar hij dat hoorde te ontdekken) hoe fantastisch het is om met zijn handen te werken. Een evenwichtige ontwikkeling kan je dat niet noemen. En nu is er weer een pressiegroep -lees KPN- die voor eigen parochie preekt…

  3. RE says:

    Wel belangrijk ., maar zoals genoemd….. er zijn zoveel vakken die al aandacht moeten hebben:: wereld)burgerschap, kunstonderwijs, sociale vaardigheden, financiële opvoeding of mindfulness, etc etc. Rekenen en taal zijn ook zeer belangrijk. Maar goed, je zou dit dus allemaal moeten onderwijzen met een gemiddelde klasgrootte van dertig leerlingen waarbij er gemiddeld 10 een rugzakje hebben.
    Laten de ouders thuis maar aandacht aan programmeren besteden, of laat de kinderen dit kunnen leren op een programmeerclub

  4. Til Gruijs says:

    Kan IK, op mn 65ste, daar ook van leren, als digibeet?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *