Kunstmatige intelligentie dringt ook door in het domein van de zorg. Welke innovaties kunnen we op korte termijn tegemoetzien? Wat zijn de barrières? Lucien Engelen, expert op het gebied van zorginnovatie, geeft uitleg.

Hoe belangrijk is artificial intelligence (AI), ofwel kunstmatige intelligentie, voor ziekenhuizen?

‘Heel belangrijk. De potentie ervan is groot. Maar ik wil de huidige impact ervan ook nuanceren. Neem het werk van een radioloog. Deze kijkt – heel simpel gezegd – vooral naar plaatjes. En zeker, we kunnen computers leren om de beelden die radiologen moeten beoordelen, te bekijken, patronen te herkennen en de data te analyseren. We staan echter nog maar aan de vooravond hiervan. Binnen de zorg wordt al tien jaar gewerkt aan dit soort toepassingen en nu pas beginnen de eerste resultaten zichtbaar te worden. Er bestaan sinds kort inderdaad computerprogramma’s die middels slimme algoritmes röntgenfoto’s kunnen lezen. Maar er zitten ook haken en ogen aan. Het kost heel veel tijd en geld om een computer dat te leren. En de computer selecteert vooralsnog alleen welke foto’s de specialist als eerste moet bekijken. Dus ja, de potentie en impact van kunstmatige intelligentie voor de zorg is groot. Maar de ontwikkelingen gaan lang zo snel niet als menigeen denkt.’

Wat betekent AI voor medewerkers in de zorg? Moeten ze op den duur vrezen voor hun banen?

‘Zo’n vaart zal het niet lopen. Wat er wél gebeurt is dat veel rollen inhoudelijk gaan veranderen. Maar dat zal grotendeels vanzelf gaan. En vergeet niet dat de zorgvraag in 2030 is verdubbeld, terwijl er niet meer geld beschikbaar komt. Dan is het fijn als zorgmedewerkers bij hun werk worden ondersteund door algoritmes. Een verpleegkundige weet straks – op basis van data en metingen – beter wanneer een patiënt naar huis mag. En een arts kan op afstand de bloeddruk en hartslag van de patiënt aflezen. Daardoor kunnen ze hun werk beter en sneller doen. Het werk wordt efficiënter, diagnoses zijn accurater en behandelplannen worden veel meer maatwerk. Dit alles kan zorgkosten besparen en de kwaliteit van zorg vergroten. Maar het werk blijft.’

Wat is een belangrijke remmende factor bij AI in de zorg?

‘De kwaliteit van de data is een belangrijk obstakel. Garbage in is garbage out. In een ideale wereld is alle data die we in het systeem voeren gefilterd, juist en correct opgeslagen. Maar de realiteit is anders. Je ziet het ook bij het Elektronisch Patiëntendossier (EPD). Zorgmedewerkers moeten overal vinkjes en nummers aangeven, wil de informatie in zo’n dossier nuttig zijn. Dat kost veel tijd waardoor hier vaak slordig mee omgegaan wordt en vrije tekstvelden gebruikt worden om snel door te kunnen. Hetzelfde kunnen we verwachten bij applicaties op het gebied van AI. En als de data waarop we die algoritmes bouwen niet zorgvuldig worden ingevoerd en opgeslagen, zijn de uitkomsten ervan onbetrouwbaar. Maar ook privacy is een potentieel remmende factor. We moeten privacy van patiënten respecteren en waarborgen en dus zorgvuldig omgaan met hun data. Maar deze zelfde data kunnen de zorg ook helpen en levens redden. Dat is een dilemma.’

Hoe ver staan we nu?

‘Er zijn talloze start-ups en incubators waarin farmaceuten, wetenschappers, artsen en zorgverzekeraars gretig participeren. Van het ontwikkelen van wearables die onze vitale gegevens bijhouden en het gebruik van virtual reality voor fysiotherapie tot en met de ontwikkeling van slimmere MRI-scanners. Iedereen ziet kansen en wil een graantje meepikken, maar lang niet alles lukt. We zijn nog aan het pionieren en de investeringen die nodig zijn, zijn omvangrijk. Inmiddels beseffen we ons wél dat alles staat of valt met de juiste en correcte data. We zijn in de fase beland dat we bewust onbekwaam aan het worden zijn. Dat is een goede uitgangspositie, want die data kunnen we verbeteren door deze bijvoorbeeld op te halen bij de originele bron. Denk aan sensoren op het lichaam die data rechtstreeks doorgeven. Die verbeterslag komt eraan, waardoor we een grote stap voorwaarts kunnen maken. Maar zoals altijd met dit soort innovatieve trajecten overschatten we volgens Amara’s Law het tempo en onderschatten we de impact. Ik denk dat we nog minsten vijf tot tien jaar nodig hebben voordat AI in de zorg een grote vlucht gaat nemen.’

Speelt ethiek nog een rol bij de ontwikkeling van AI in de zorg?

‘Ethiek speelt zeker een rol. Want wat als het straks niet meer de specialist is die een oordeel velt over het wel of niet meer behandelen van een patiënt of een beslissing neemt om wel of niet door te gaan met medicatie, maar een machine? Een machine bovendien die functioneert als een black box waarin algoritmes over iemands leven oordelen. We zien alleen de uitkomst, maar weten niet op basis waarvan die uitkomst tot stand is gekomen. Dat proces is onzichtbaar. Als een ziekenhuis hierover niet transparant kan zijn en alleen het oordeel van de machine presenteert, kun je je afvragen of dat ethisch verantwoord is. De macht ligt dan bij de machine, en niet bij de mens. Willen we dat?’

Tot slot. Naar welke AI-ontwikkeling kunnen we uitkijken in de nabije toekomst?

‘We gaan steeds meer toe naar realtimedata. Sensoren in horloges die realtime vitale data doorgeven, pleisters op de huid die zijn verbonden met internet, of pacemakers die de data doorgeven aan computers in het ziekenhuis. Dat betekent dat zorgprofessionals hun zorg veel meer kunnen afstemmen op het individu. En dat gaat de zorg voor patiënten écht veranderen.’

Deel dit:

Reacties